Indrukwekkende voorjaarsvogeltelling in de Oostvaardersplassen

Groenpootruiter 24 april 2020 OVP
Foto: Henk Hupkes - Jos Scholten

Boswachter Hans-Erik Kuypers vertelt

Elk voorjaar bezoeken grote aantallen trekvogels de Oostvaardersplassen als tussenstop op hun trek naar het noorden, om daar weer aan te sterken na een afmattende eerste etappe. De vogeltelling van 24 april leverde dan ook het respectabele aantal van 76 verschillende vogelsoorten op, met een totaalaantal van 16258 individuele vogels. Let wel, dit zijn de soorten en aantallen binnen de telgebieden in het grazige deel, wat maar een klein deel is van het grote geheel. Enthousiast belde ik één de vogelaars op om mijn enthousiasme met hem te delen en vroeg hem van welke vogel hij nou echt blij werd.

Beflijster

Zonder aarzeling noemde hij de beflijster. Ok, een zwarte vogel met een witte bef….misschien voor wat betreft kleur en zang nou niet bepaald een ijsvogel of nachtegaal, maar wel heel bijzonder. ‘Die zie je hier zeker niet ieder jaar’. Er is nooit met zekerheid een broedgeval van de beflijster in Nederland vastgesteld en ze moeten nog een stuk doorvliegen naar Scandinavië waar ze in mei hun broedplekken opzoeken.

Kemphaan

Zelf was ik erg onder de indruk van het aantal kemphanen, die nu vooral de natte graslanden bij de Waterlanden opzoeken. Prachtige vogels! Helaas hier (nog) niet baltsend te zien. Om dat in Nederland mee te maken moet je bij het Lauwersmeergebied zijn. De mannen krijgen nu langzaam hun voorjaarstooi (prachtkleed) en maken zich op om in vol ornaat het toernooi aan te gaan met hun rivalen. In Nederland is de kemphaan als broedvogel heel zeldzaam geworden met 15-30  broedparen (in 2013-2015).

Zwarte ruiter en groenpootruiters

Onwillekeurig moet ik bij deze ruiters onmiddellijk denken aan (ridder)toernooien waaraan ook de kemphaan deelneemt. Geen idee waar de ruiters hun naam aan ontlenen. De ruitvormige patronen in hun verenkleed? Je ziet ze nu hoog op de poten wadend, in het gebied dat net geen water mag heten, maar ook geen land meer is. Op zoek naar slakjes, wormpjes en bloedzuigers (die echt centimeters lang kunnen zijn).

De zwarte ruiter, die in prachtkleed ook echt zwart is, broedt niet in Nederland. Ze is een echte lange afstand-trekker. Vanuit de sub-Sahara vliegt ze elk jaar weer naar het (sub)-arctisch gebied in het hoge noorden en weer terug.

De groenpootruiter ontleent het eerste deel van zijn naam aan de groene poten (tijdens het broedseizoen) en heeft min of meer het zelfde gedrag als de zwarte ruiter. Kenmerkend is de gejaagde loop wanneer de vogel visjes of andere prooidieren probeert te vangen. Ook deze ruiter broedt niet in Nederland.

Tapuit

De vogelaars telden op 24 april 31 tapuiten. Een vogel die, helaas in steeds minder grote aantallen broedt in de duinen en heideterreinen. In het voorjaar, als de vegetatie nog kort is, komt de tapuit als trekvogel naar de Oostvaardersplassen en leeft daar van de insecten die volop in het gebied aanwezig zijn. Het gaat slecht met de tapuit en daarom verdient deze soort bijzondere aandacht. Volgens de gegevens van vogelbescherming is de tapuit een van de snelst afnemende soorten in Europa. Dit maakt het zien van de tapuit extra bijzonder.

Wanneer je zelf een kijkje wilt nemen en genieten van dit rijke vogelleven dan kun je terecht in De Driehoek, het voor publiek vrij toegankelijke deel van de Oostvaardersplassen. Dit is een van de hotspots, met open water en dichte rietkragen. De kans op het spotten van  een blauwborst of een roodborsttapuit is daar best groot.

Vanaf uitzichtpunt ‘Wigbels Eiland’  kan je genieten van de grote aantallen vogels die foerageren op natte graslanden en de poelen die zich voor dit uitzichtpunt uitstrekken. Kijk eens hoeveel soorten jij kunt tellen.

 

Overzicht van de telling op 24 april